bordenmeisje


Het Bordenmeisje...

...met partijen en meeslepende gevoelens van GM Paul van der Sterren! Aflevering 10

Door Gerard de Winter, toegevoegd op 15-2-2015


Een jongen van wie we enkele jaren geleden hoge verwachtingen hadden...

"Heb jij altijd gehoord dat het goed is een overwinning te behalen? Ik beweer dat het ook goed is te verliezen. Gevechten worden verloren in dezelfde geest als waarin ze worden gewonnen."
(Walt Whitman: Een lied van mijzelf)

Ik haalde het ook al aan in mijn stukje 'bespiegelingen' dat ik een boek heb gekocht, een dikke pil, met de titel "Zwart op Wit, verslag van een schakersleven". Het gaat over het wel en wee van grootmeester Paul van der Sterren, gedurende zijn schaakloopbaan. Hij geeft duidelijk aan wat een professie als beroepsschaker inhoudt, en dan voornamelijk de psychologische facetten. Heel emotioneel soms, het professionele schakersbestaan. Van absolute euforie tot te lang durende frustrerende periodes met heftige depressies. Hieronder een aantal partijen en opmerkelijke korte stukjes van de inmiddels met schaken gestopte Van der Sterren. Hij schrijft in Zwart op Wit nogal zwart/wit, dus meestal is het "of het gaat goed of het gaat slecht". Zelden iets van er tussenin. Waar collega's een blunder als een ongelukje zien en nonchalant hun schouders ophalen met 'kan gebeuren' wordt Van der Sterren heel kwaad op zichzelf. Hij is dan best hard voor zichzelf.

In ieder geval is het boek zonder meer lezenswaardig, inhoudrijk en in optima forma geschreven. Van der Sterren is één van de vele schakende schrijvers in ons landje die makkelijk en onderhoudend iets kan vertellen. Hij laat zijn zielenroerselen de vrije loop en zodoende komt het 490 pagina's tellende boekwerk op mij over als een in alle eerlijkheid geschreven (schaak)-levensverhaal.

Over 1979 schrijft hij na een blunder in zijn partij tegen de Zweedse IM Tom Wedberg: "Overigens doe ik hier nu wel een laconiek over, maar je kunt er wel degelijk genoeg van krijgen als het succes al te lang uitblijft. Zeker als je dan ook nog eens van zwakkere spelers begint te verliezen, mensen van wie je jezelf heb wijsgemaakt dat je 'aan je stand verplicht bent' om van ze te winnen en dan liefst nog elegant en gemakkelijk. In zo'n geval wil de oplopende frustratie zich zelfs wel eens ontladen in een moment van pure walging. Walging, door een blunder te maken die zó erg is... Een partij te verliezen op zo'n dramatische manier... Schaamte, ontreddering. Opgeven, niet omdat je aan het eind van de partij bent - het spel is uit - maar omdat je niet meer verder wil. Opgeven in walging, als daad ván walging. Walging van jezelf, je tegenstander, de partij, het schaakspel, het leven... Totale walging!!"

Zo, dat is eruit. Pfff. Gelukkig maakte Paul van der Sterren ook mooie momenten mee in zijn carrière.

Over 1990: "Ik zie er goed uit op de vakantiefoto's, ontspannen, gelukkig. Herinner me ook alleen maar genoten te hebben van de ruige natuur in Schotland. Geen enkele voorbode voor het naderend onheil. Maar het moet de terugkeer van de soldaat aan het front na een lang verlof zijn geweest, die ik hier beleef. Na een lange, lange periode vol competitie, stress, op je tenen lopen, dood en verderf overall om je heen, is de confrontatie met de vrede van de natuur, met rust en ontspanning, met een onbezorgd genieten van het leven, zowel uiterst heilzaam als dodelijk. Ik wil eigenlijk niet meer terug naar het front. Maar die gedachte komt niet bij me op, ik ga gewoon".

Van der Sterren in de jaren 80

Paul van der Sterren, in de tachtiger jaren.

Ook over 1990: "En dan wordt schaken eindelijk weer echt genieten. Twee dagen later valt er opnieuw een straal zonlicht op mijn partij... 'Meer en meer voel ik als schaker de levenskrachten weer in me stromen' lees ik in mijn wedstrijdboek van die dag. Samen met Margeir Petursson win ik het toernooi en ik ben weer helemaal gelukkig." Overigens zijn alle aantekeningen bij de partijen van Van der Sterren.

Wit: Mladen Palac 
Zwart: Paul van der Sterren 

Aosta

Het Italiaanse, uiterst noordwestelijk van het land, in de Alpen gelegen grensplaatsje Aosta. Waar Frans (!) een erkende taal is.

In 1981: "Alle partijen uit deze heerlijke tijd zijn me dierbaar, niet omdat ze zo bijzonder goed zijn (want goede partijen speel je ook in slechte periodes, alleen niet in voldoende mate), maar vanwege de vele mooie herinneringen die erdoor worden opgeroepen".

In 1971: Kampioenschap van Limburg. Hier de beslissende partij in de voorlaatste ronde tegen medekandidaat Hans ten Berge.

Wit: Paul van der Sterren 
Zwart: Hans ten Berge 

Zwart op Wit

In 1991 te Wijk aan Zee (B-groep) na 10.Pe5?? in zijn miniatuurtje tegen Manuel Bosboom: "Ik moet zeggen - nu het zo lang geleden is, en geen pijn meer doet - dat ik de enormiteit, om niet te zeggen de grootsheid, van deze uiterste poging om niet simpelweg met een dubbele c-pion te worden opgezadeld eigenlijk heel mooi vind. Voor de mystiek aangelegde toeschouwer is het duidelijk dat hier niet meer naar resultaat gestreefd wordt. Hier wordt een bovenmenselijke poging gedaan om de wetten van het schaakspel, de loop der planeten en het onverbiddelijke noodlot aan een nieuwe wil te onderwerpen. Dit is geen zet gericht tegen de tegenstander, het is een opstand van Lucifer tegen zijn God.
Dat een dergelijke onderneming maar op één manier kan aflopen is duidelijk, maar de gebiedende noodzaak om zó en niet anders gehandeld te hebben wordt daardoor niet aangetast. Gelijk en ongelijk verschrompelen hier in de verschroeiende hitte waarin álle tegenstellingen verdwijnen. Ashes to ashes, dust to dust. Wij zijn hier naar mijn idée niet getuige van een platvloerse blunder, maar van schoonheid: de onbegrijpelijke, onbeschrijfelijke schoonheid van de zelfvernietiging."

Wit: Paul van der Sterren 
Zwart: Manuel Bosboom 

O morgenster, zoon van de dageraad,
hoe diep ben je uit de hemel gevallen.
Overwinnaar van alle volken,
hoe smadelijk lig je daar geveld.
Je zei bij jezelf: ik stijg op naar de hemel,
boven Gods sterren plaats ik mijn troon.
...
Ik stijg op boven de wolken,
ik evenaar de Allerhoogste.
Nee! Je daalt af in het dodenrijk,
in de allerdiepste put.
(Jesaja 14, 12-15)

Creatieve "bierviltjes"reclameuitingen voor het Hoogovens Schaaktoernooi door de jaren heen. Van 1973 t/m 1999. Leuk is te zien dat het originele logo meer dan 25 jaar het beeldmerk blijft.

Viltjes Hoogovensschaaktoernooi

Viltjes Hoogovensschaaktoernooi

Viltjes Hoogovensschaaktoernooi

In 1979: "En zo stond mijn schakersleven dan aardig op de rails in de zomer van 1979. Ik was 23 jaar, had een prachtige vriendin, had mijn plaats in het meestergilde veroverd en er kwam van alle kanten geld binnen. Maar hoe ervaarde ik dit? Voelde ik de wind in de zeilen, deed ik mijn uiterste best om het tempo erin te houden, leunde ik tevreden achterover, viel ik stil? Wat dacht ik in die tijd? Wat had ik voor plannen, verwachtingen, hoop en zorgen? Helaas, hoe ik ook probeer om een authentieke herinnering uit die tijd op te graven, om de kijker scherp te stellen op wat er indertijd door me heen ging, de afstand is te groot geworden. Mijn geheugen wil deze geheimen niet meer prijsgeven. Het meest waarschijnlijk lijkt me dat ik aan de ene kant tevreden was, maar dat ik aan de andere kant in die tevredenheid werd verontrust door een geheel nieuw fenomeen in mijn leven. Ik werd - van het ene moment op het andere - overvleugeld door iemand die jonger was dan ik. Iemand die onmiddellijk en vrijwel total mijn 'positie' van jeune premier overnam en mij in zijn schaduw zette. Die iemand was John van der Wiel."

John van der Wiel

John van der Wiel, eind tachtiger jaren.

Wit: John van der Wiel 
Zwart: Paul van der Sterren 

Bovenstaande partij is gespeeld in het NK van 1986. Onderstaande pot kwam in 1988 - gelijktijdig met het EK voetbal in Duitsland - een soort revanche. Van der Sterren en Van der Wiel hebben heel wat keertjes de degens gekruist waarbij de Leidenaar iets meer partijen won.

Wit: Paul van der Sterren 
Zwart: John van der Wiel 

John van der Wiel

Nederland - Duitsland: 2-1 door Marco van Basten!

O hoe vergeefs
des doelmans hand
zich strekte naar de bal

die een minuut
voor tijd de Duitse
doellijn kruiste

Zij die vielen
rezen juichend
uit hun graf

Jules Deelder

Het Hoogovenstoernooi in 1987 verliep voor Van der Sterren als een jo-jo. Maar bij hem zelf was er tevredenheid. Want hij heeft in zijn carrière niet zo veel goede resultaten geboekt daar in het dorpje aan de zee. De start was veelbelovend, 2½ uit 3. Daarna 3 nullen op rij en op het eind 2 uit 2 waaronder zijn beste pot tegen de Engelsman Tony Miles in de laatste ronde. Een vijftig procent score was zijn deel.

Wit: Tony Miles 
Zwart: Paul van der Sterren 

In 1989 wint Van der Sterren met overmacht het open toernooi van Oostende. 8 punten uit 9 partijen. De altijd wat gespannen overkomende Amsterdammer - ach ja, wie is dat eigenlijk niet gedurende een schaakpartij waar het er echt om gaat (eerste plaats) - moet in de laatste ronde tegen de (volgens Jan Timman) kettingrokende Roemeen Mihai Suba.
Na de 10e zet van de pot verteld VdS: "De spanning van de toernooisituatie moet me in het begin van de partij flink naar de keel zijn gestegen"... (?!).. hm, de altijd zo nauwkeurige Paul schrijft hier 'gestegen', maar dat moet natuurlijk 'gegrepen' zijn. "Mijn geheugen, waarin toch een goede analyse van deze variant lag opgeslagen, zit achter een potdichte deur en een paar karakterloze sjablonezetten (5... a6, 6... Pbd7, 7... c5?) hebben me in een lastig parket gebracht. Maar op dit moment schudde ik blijkbaar het spinrag uit mijn hoofd en nam een kloek besluit."

Wit: Mihai Suba 
Zwart: Paul van der Sterren 

Mihai Suba

Mihai Suba

In de eerste ronde van het NK 1987 verliest Van der Sterren door een blunder. Jan Timman straft het af. Na tot de blunder beter te hebben gestaan, dat kan iedereen zien, krijg ik van Timman te horen dat het een soepele overwinning voor hem is geweest. Er had wel ergens remise voor 'Stars' ingezeten, maar ja, dan moet hij maar beter opletten. Een hogeschoolvoorbeeld van sportspychologie! Zo incasseer je het punt én bescherm je je kostbare zelfbeeld. Maar de ontzetting over de blunder en zijn verbijstering over de nasleep ervan zijn gelukkig van korte duur. Als hij in de 6e ronde voor het eerst wint, wordt hij beloond met een bijna extatisch geluksgevoel. Eindelijk weer een partij gewonnen!

Hans Ree

Een jonge Hans Ree werd in 1967 te Zierikzee kampioen van Nedeland. Gedeeld eerste eindigde ook Hans Bouwmeester. Een later gespeelde tweekamp wist Ree verdiend te winnen.

Wit: Hans Ree 
Zwart: Paul van der Sterren 

Het is 1991. Anderhalve week na het Hoogovenstoernooi speelt hij een toernooi in het Deense kuststadje Kerteminde. Tien schakers onder elkaar, als vrijwel enige gasten van een goed hotel (tevens speellocatie), prachtig gelegen aan zee en met een uitstekend restaurant. Niet zoveel toeschouwers als in Wijk aan Zee, maar een goede organisatie en een heel prettige atmosfeer. Wat wil je nog meer?
Zijn meest presentabele partij speelt hij - alweer - in de laatste ronde tegen Klaus Berg:

Wit: Paul van der Sterren 
Zwart: Klaus Berg 

Kerteminde, Denemarken

Kerteminde, Denemarken

Een mooi potje, met een Hollandse opening, uit de clubcompetitie - 1992/1993 - van het Hilversums Schaak Genootschap. Tegenstander is meervoudig Belgisch kampioen Richard Meulders.

Wit: Paul van der Sterren 
Zwart: Richard Meulders 

Een fraaie partij van Van der Sterren uit het NK 1993, alwaar hij kampioen is werd. Zijn opponent is de uit Clinge afkomstige schaker Martin Martens. Martin verdedigt zich als een leeuw maar ziet na de mindere 60e zet de partij uit zijn handen glijden.

Wit: Paul van der Sterren 
Zwart: Martin Martens 

In 1993: "Laat ik niet proberen om te beschrijven wat er op dit moment door me heen ging. Als er één moment in mijn schakersbestaan geweest is waarop ik zéker heb geweten dat alles, maar dan ook echt alles verkeerd was gegaan in mijn leven, was het die avond. Zwart, zwart, zwart. Nee, zwarter. Maar dan dringt het tot me door dat het nu dus maar gewoon maar eens uit moet zijn met dit soort partijtjes, die blijkbaar alleen nog een demoraliserend effect op me hebben. Het verschijnsel clubavond is leuk, ik heb er plezier in gehad in mijn leven, maar nu is het mooi geweest".

Vier dagen na de laatste ronde van het sterk bezette Hoogovenstoernooi speel ik op een sombere donderdagavond in Hilversum deze partij om het clubkampioenschap van HSG.

Wit: Richard Vedder 
Zwart: Paul van der Sterren 

In 1994: "Het is spectaculair, het is gepointeerd, maar het is niet goed" zie het commentaar na de 28e zet van de volgende partij. Van der Sterren wint in de zomer van 1994 met 7½ uit 9 het Lost Boys toernooi in Antwerpen. In de laatste ronde speelt hij een zeer onderhoudend potje tegen de Zweed Jonny Hector.

Wit: Paul van der Sterren 
Zwart: Jonny Hector 

Grote Markt, Antwerpen

Antwerpen, Grote Markt

Ook in 1994: In het interzonetoernooi te Biel in Zwitserland plaatst hij zich voor de Kandidatenmatches. Hij verslaat in dit toernooi onder andere de Duitse GM Robert Hübner. "Eerlijk gezegd sta ik er zelf versteld van hoe volstrekt onbevreesd ik mijn toch zeer gerenommeerde tegenstanders tegemoet treed. Het is de concentratie van de koorddanser, die ook geen tijd heeft voor emoties of gedachten. Sterker nog, hij kent überhaupt geen tijd. Zijn werkelijkheidsbeleving is eendimensonaal: het gaat er alleen om de ene voet voor de andere te blijven zetten."

Wit: Paul van der Sterren 
Zwart: Robert Hübner 

Biel

Biel, Zwitserland

De tweede partij uit het Interzonetoernooi te Biel is tegen de Indiase grootmeester Dibyendu Barua. Ik kan niet eens zeggen dat ik 'mijn kans rook' of zoiets, het was absoluut geen weloverwogen beslissing om op winst spelen. Maar op de een of andere manier was remise gewoon geen optie in deze partij. We moeten het allebei hebben gevoeld als een gladiatorengevecht, een kwestie van 'jij' of 'ik'.

Wit: Dibyendu Barua 
Zwart: Paul van der Sterren 

De laatste zetten waren weer een pure gelukservaring voor me geweest, misschien te vergelijken met hoe een wielrenner zich voelt die met zijn handen in de lucht als winnaar over de finish komt.

Wielrenner wint

Een mijlpaal in de schaakcarrière van Paul van der Sterren was toch wel de Kandidatenmatch om het WK, een tweekamp tegen de toentertijd nog 19 jarige Gata Kamsky, gespeeld tijdens het Hoogovenstoernooi van 1994.

Wit: Paul van der Sterren 
Zwart: Gata Kamsky 

Gata Kamsky

Gata Kamsky

In zijn boek schrijft Van der Sterren over deze tweekamp: "Ieder jaar zijn er na afloop van de Tour de France een paar weken lang bijna dagelijks criteriums, ééndaagse wielerwedstrijden in Nederland en België, waarbij de helden van de Tour zich voor forse startgelden komen laten zien aan het volk. Ze verdienen even heel goed, genieten van hun moment van glorie, winnen misschien hier en daar nog een wedstrijdje en dan is het over. Klaar. De volgende helden graag.
Zo ongeveer kijk ik terug op de periode die na de match tegen Kamsky aanbreekt en die ruim een half jaar zal duren. Ik word overladen met uitnodigingen, voor het grootste deel bijzonder mooie (zowel in sportief opzicht als financieel), neem ze waar mogelijk aan, geniet inderdaad van het moment van glorie, win nog een toernooi ook, en dan is het plotseling afgelopen. Klaar.
Het was een unieke periode in mijn schakersleven, constateer ik achteraf, en één die niet meer terug kón komen. Maar dat had ik toen natuurlijk volstrekt niet in de gaten. Ik dacht dat deze onderdompeling in de wereld van het topschaak nooit meer voorbij zou gaan. Toen dat ten slotte toch gebeurde was dat een grote schok voor me. Het was eigenlijk het begin van het einde (!!?).

Wit: Gata Kamsky 
Zwart: Paul van der Sterren 

Helaas was na 7 van de 8 geplande partijen de Kandidatenmatch (FIDE) tweekamp voorbij. Kamksky won met 4½-2½.

In 1996: "Hoewel ik met de beste voornemens van start ga, gaat het al snel weer helemaal mis. Eenzaamheid, walging en ontreddering grijpen me opnieuw bij de keel. En hier barst mijn overvolle gemoed dan eindelijk open. Na alweer zo'n ellendige rotpartij vlucht ik met mijn tekstverwerker en praat, nee, schreeuw het allemaal uit. Wurgende emoties vertalen zichzelf in verhelderende lettercombinaties. Ik durf voor mezelf toe te geven dat ik er maar al te vaak gewoon 'geen zin in heb'. Geschokt door dit inzicht dringt het tot me door dat dit wel eens zou kunnen wijzen op een depressie, een toestand waarin zin per definitie verandert in tegenzin en zelfs in weerzin. En dan, voor ik het weet, sta ik plotseling oog in oog met de verpletterende vraag 'Heeft dit eigenlijk nog wel zin? Moet ik er niet eens mee ophouden?'"

In 1997 bij het NK te Rotterdam na de megablunder (35...Tf7??) helemaal op 't eind van zijn partij tegen John van der Wiel: “Het is lachwekkend, het is absurd, het is verschrikkelijk. Na 35… Th8 36.Txh4 Tf8 37.Th7 Tff7 was de stelling in evenwicht geweest."

Wit: John van der Wiel 
Zwart: Paul van der Sterren 

Van der Wiel tegen Nijboer

Links John van der Wiel, rechts Friso Nijboer.

Net als tegen John van der Wiel heeft Van der Sterren ook veel partijen uitgevochten met Friso Nijboer. Zelfs korte remises die ze speelden stonden bol van spanning en voelden aan alsof ze net zo goed ieder moment hadden kunnen ontploffen. Veel remises waren er trouwens niet. Het was bijna altijd erop of eronder, met als eenvoudige vuistregel "wit wint". Maar niet altijd. De volgende partij komt uit het Hoogovenstoernooi 1997, B-groep. Na een goede start en een inzinking halverwege komt Van der Sterren dankzij een eindsprint van 3 uit 3 op de valreep gelijk met Friso Nijboer, gelijk op Sonnenborn-Berger zelfs, maar omdat hij de onderlinge wint wordt hij door het toernooicomité uitgeroepen als winnaar!

Wit: Friso Nijboer 
Zwart: Paul van der Sterren 

Van der Sterren: "Wat heb je gedaan vandaag?" "Loper f5" "Ja, maar hoe is het afgelopen?" "Paard f6" "Maar wie heeft gewonnen" "Dame maal c3". Ja deze partij vervulde mij indertijd met de vreugde die onverwoordbaar is en ook geen woorden nodig heeft. Het is de vreugde van de gladiator, die zojuist het gevecht op leven en dood gewonnen heeft, de vreugde in leven te zijn.

Rene Olthof

René Olthof

Uit het verjaardagstoernooi te 's Hertogenbosch van New in Chesscollega René Olfhof. Een fraaie (zwart)overwinning van 'From The Stars' met de Pirc-opening. Jeroen Bosch is het slachtoffer.

Wit: Jeroen Bosch 
Zwart: Paul van der Sterren 

Niets was meer,
geen strijd,
geen arena,
geen schaakpartij.
En daar was niets wat niet daar was.

1999. Van der Sterren speelde heel wat jaren in de Duitse Bundesliga, voor de relatief kleine club Castrop Rauxel (gelegen tussen Essen en Dortmund). Als intro bij de volgende partij verteld hij: "Toen ik in 1994 begon was ik de enige Nederlandse deelnemer in de Eerste Bundesliga, maar sindsdien zijn onder invloed van het Bosmanarrest - in december 1995 - de regels voor het meespelen van buitenlanders versoepeld en kom ik ze overal tegen. Dit seizoen heb ik zelfs voor het eerst twee Nederlandse teamgenoten, Jeroen Bosch en Oscar Lemmers. En tegen Loek van Wely (Porz) speel ik nu zelfs al voor de derde keer." De partij daaronder is uit de match tegen Mainz tegen de Duitser Jakob Balcerak.

Castrop Rauxel

Castrop Rauxel

Wit: Paul van der Sterren 
Zwart: Loek van Wely 

Jakob Balcerak

Jakob Balcerak

Wit: Paul van der Sterren 
Zwart: Jakob Balcerak 

11 januari 1999 (een dagboekfragment): "Op een gegeven moment wilde ik alleen nog maar volmaakte partijen spelen en die moesten gebaseerd zijn op een perfect openingsrepertoire. Dus bleef ik maar krassen en gummen tot er geen spaan meer van mijn repertoire heel bleef. Ik had mezelf opgeofferd aan het beeld van de ideale partij. De fout van die methode is dat het daarin alleen om eindresultaten gaat. Maar daar gaat het juist helemaal niet om! Een schaakpartij spelen is een proces, een ononderbroken stroom gebeurtenissen. Als het goed is ga je daar helemaal in op, verlies je jezelf zoals in een intens beleefd ritueel. Om dat proces gaat het, het van moment tot moment erbij zijn, bij alles wat er gebeurt. Het eindresultaat is alleen maar het eindresultaat. Zo gauw het er is, is het eigenlijk al niet interessant meer. Maak er iets belangrijks van en je verliest het contact met het verderstromende leven (alsof je probeert de tijd stil te zetten). De zetten, het spel, dát is de partij, niet het onderschrift 1-0, 0-1 of ½-½ en nog minder de gedachten die daar weer uit voortkomen.
Een beetje hoogdravend opgeschreven misschien, maar de boodschap is duidelijk. Het succes valt van zijn voetstuk, het plezier wint terrein." Maar uiteindelijk zijn die twee natuurlijk niet werkelijk van elkaar te scheiden. Om plezier te moeten hebben in het spel moet je goed spelen en goed spelen betekent successen behalen, hoe relatief die ook zijn. Het blijft een worsteling...

"Verliezen is lijden,
winnen brengt geluk.
Hoe pijnlijk knellen zulke banden
en hoe moeilijk is het zich ervan te bevrijden"

(17 maart 1999).

Van der Sterren anno 2012

Paul van der Sterren (anno 2012)

Wit: Paul van der Sterren 
Zwart: Jeroen Piket 

Tot slot van deze "Van der Sterren special", wat het uiteindelijk is geworden - wat in eerste instantie niet de bedoeling was -, een partij uit de oude doos. Met een opening die Paul van der Sterren, als ik zijn boek goed gelezen heb, zowel met wit als met zwart graag heeft gespeeld; het damegambiet. Het is een partij tussen twee ex-wereldkampioenen. De één, onze Max Euwe, was dat al 20 jaar niet meer en de ander, de toen nog maar 14-jarige Robbert James (Bobby) Fischer, moest dat 15 jaar later nog gaan worden. De twee speelden een korte match (New York, 1957) van 2 partijen, waarvan Euwe er één won. De andere eindigde in remise. De aantekeningen bij de partij zijn van Hans Bouwmeester.

Wit: Max Euwe 
Zwart: Bobby Fischer 

Geslaagd. Nou vooruit, nog eentje dan. Als een soort toegift der toegiften. Uit een nog oudere doos. Zonder commentaar, dus in één ruk na- en uitspelen. Noordwijk 1938, een partij tussen de Joegoslavische Serviër Vasja Pirc en de Pool - later Fransman - Sawielly Tartakower.

Tartakower

Rechts Tartakower in Mannheim, 1914

Wit: Vasja Pirc 
Zwart: Sawielly Tartakower