bordenmeisje


Het Bordenmeisje...

...met machtig mooie partijen, interviews en verhalen van GM's en IM's 'all over the world'! Aflevering 6 (internationaal)

Samengesteld door Gerard de Winter, toegevoegd op 20-4-2016


De tovenaarsleerling

Nee, het gaat niet over de beroemde ballade van Goethe, noch over de prachtige muziek van Paul Dukas, maar over Davind Bronstein. Een man met een vriendelijk hart, een briljante geest en altijd genereus tegenover anderen.

Deze laatste woorden schrijft Tom Fürstenberg - een goede vriend van David - als inleiding tot het prachtige boek The Sorcerer's Apprentice, dat hij samen met Bronstein gemaakt heeft. Wie Bronstein kent, hem heeft meegemaakt, weet dat Tom voor een geweldig karwei heeft gestaan.

der zauberlehrling

Het maken van een schaakboek vergt sowieso al veel energie, accuratesse en doorzettingsvermogen, maar met een mede-auteur die uiterst gevoelig is voor stemmingen en zeer kritisch is ten aanzien van analyses, lijkt de arbeid soms eindeloos. Tom heeft het geklaard en ongetwijfeld zullen tienduizenden kenners en liefhebbers hem dankbaar zijn. Ik citeer nog één van zijn laatste zinnen uit de inleiding: "Waarom de titel 'De Tovenaarsleerling'? Speel de partijen door, bestudeer ze en speel ze dan opnieuw door tot je begrijpt wat je hebt gezien. Dan zul je weten dat er een tovenaar aan het werk is geweest en je zult zijn leerling worden."

Er is een verhaal over Euwe, dat ik kort na zijn dood van zijn vrouw hoorde. Ze waren samen op vakantie in Zweden. Aangekomen in het hotel pakte Max zijn tassen uit en begon met behulp van een reisschaakspel en een toernooibulletin aan een artikel. "Moeten we niet eens iets van het land gaan zien?", vroeg mevrouw Euwe. De grote meester was onmiddellijk bereid mee te gaan. Samen zaten ze voorin de Volkswagen, mevrouw Euwe chauffeerde en meneer Euwe werkte al rijdend verder aan zijn artikel...

Zo erg is het met mij nu niet, maar wel heb ik op vakantie altijd een reisschaakspel en een mooi schaakboek bij me. Ditmaal was dat het nieuwe, zojuist genoemde Bronsteinboek. Herinneringen aan zijn vele mooie partijen schoten in een flits voorbij. Wat waren we kort na de tweede wereldoorlog onder de indruk van zijn mooie vondsten in het Koningsindisch, van zijn partijen uit 1946 tegen Zita en Pachman, van zijn overwinningen in het interzonale toernooi Salsjöbaden 1948.

botwinnik tegen bronstein

Michail Botwinnik (links) tegen David Bronstein in hun WK-match 1951.

Reikhalzend keken we uit naar zijn prestaties in het Kandidatentoernooi van Boedapest 1950. "Je zult zien, Bronstein wint het. Hij is de geniaalste schaker die Rusland sinds Botwinnik heeft voortgebracht", zo zei Euwe, toen er in Boedapest pas drie ronden waren gespeeld. Deze voorspelling kwam uit. De match Botwinnik-Bronstein, Moskou 1951, zou één van de mooiste uit de geschiedenis worden.

Wat zich tijdens deze tweekamp achter de coulissen heeft afgespeeld is nooit duidelijk geworden. Botwinnik schrijft er enigszins grimmig over en ook Bronstein was er toentertijd en op 't eind van zijn leven nog niet over uitgepraat. Bronstein was geen partijlid; dat is hem vele, vele jaren niet in dank afgenomen. Beide grote meesters hebben zich nooit met elkaar kunnen verzoenen. Bronstein bracht zijn grote rivaal in de match aan de rand van de afgrond. Hij was in het gecompliceerde middenspel de sterkste. Botwinnik redde zich door zijn enorme analytische capaciteiten bij de afgebroken partijen en door zijn hypernauwkeurige eindspelvoering. Na harde strijd werd het 12-12.

(GdW: Bouwmeester zegt hier verder niks meer over. In die tijd had men de regel dat als de match gelijk zou eindigen, de wereldkampioen (Botwinnik in dit geval) zijn titel behoudt?! Wat een onzinnig privilege voor de wereldkampioen? En sowieso, je wint pas als je na de maximaal afgesproken partijen vóór staat! Zo niet, dan volgt er een verlenging. Tot er, hoe dan ook, een beslissing valt. Wat dat betreft is het tegenwoordig iets beter geregeld.)

Uit de partijenverzameling kies ik een kort maar hevig duel, dat een mooi beeld geeft van de rijkdom aan ideeën, die Bronstein immer vergezelden.

Wit: Istvan Bilek 
Zwart: David Bronstein 
Hongarije vs. Rusland, Boedapest, 1955

Je bent was groot artiest, David Bronstein (Bila Tserkva, 19 februari 1924 - Minsk, 5 december 2006). De kunstwerken die je op het bord met de 64 velden hebt gecreëerd zal tot in lengte van dage tot de verbeelding spreken bij elke liefhebber.
Bronstein was zondermeer één van de grootste schaakgrootmeesters in de vorige eeuw. Je hebt de tijd van het grote geld niet meegemaakt en ook de ontmanteling van het dubieuze partijaparaat in de Sovjet Unie is voor jou te laat gekomen. (Dit stuk schreef Bouwmeester in 1996, we weten nu, in 2015, wel beter...). Het zal je misschien eens bitter stemmen. Maar je zal in je leven genoten hebben van het schaakspel, wellicht meer dan menig ander. We zijn je dankbaar voor de schoonheid en verrukking die je ons geschonken hebt.

(GdW: Bronstein speelde op het eind van zijn leven nog vele toernooien. In Duitsland, en België, maar ook in ons land. Zie onder een foto, genomen tijden het Aegontoernooi in Den Haag. Uw samensteller, GdW, zag hem, begin van deze eeuw, ik denk 2002 of 2003, nog meedoen in het Gent Open. Zo'n levende legende wil elke toernooiorganisatie in het deelnemersveld hebben).

botwinnik tegen bronstein

Tom Fürstenberg en David Bronstein tijdens het Aegon Mens vs. Computer toernooi te Den Haag in 1991.

In het VAM-toernooi te Hoogeveen 1997 was hij ook van de partij. In de open groep. En hoe. Gedeeld 9e is zijn deel, samen met Greenfeld en Bosboom. Ik lees in Schaakmagazine: "De even geniale als onverslijtbare David Bronstein (73 jaar) won de schoonheidsprijs met de volgende weergaloze combinatie."

Wit: David Bronstein 
Zwart: Richard Vedder 
VAM-toernooi, Hogeveen, 1997

bronstein in 1968

Bronstein in 1968

Wit: Michail Botwinnik 
Zwart: David Bronstein 
WK-match, Moskou, 1951

bronstein karikatuur

Een mooie karikatuur van David Bronstein

Michail Moisejevitsj Botvinnik, tijdens zijn leven ook gespeld als Botwinnik, (Kuokkala (nu Repino), 17 augustus 1911 - Moskou, 5 mei 1995)

Repino is een voorstadje (nederzetting met stedelijk karakter) van Sint-Petersburg, Rusland. Het is gelegen in het district Koerortny. Het is ongeveer 30 kilometer van het stadscentrum van Sint-Petersburg verwijderd, en dankzij de gunstige ligging aan de Nevabaai, het meest oostelijke deel van de Finse Golf, is het een bekend kuuroord. Tot 1948 stond het plaatsje bekend onder de Finse naam Kuokkala, maar werd toen hernoemd naar zijn beroemdste inwoner, de schilder Ilja Repin.

een dacha

Een Dacha (buitenhuis) in Repino, gebouwd/ontworpen door de de kunstschilder Ilja Repin.

Botwinnik leerde schaken toen hij twaalf jaar oud was. Op zijn veertiende trok hij voor het eerst de aandacht door in een simultaanpartij de toenmalige wereldkampioen José Raúl Capablanca te verslaan. Hij drong snel door tot de top van de Sovjet-Unie. In 1931 en 1933 won hij het kampioenschap van dat land. Daarna begon hij zich ook internationaal te manifesteren. Hij won onder andere de sterk bezette toernooien van Moskou in 1935 en Nottingham in 1936. In 1938 eindigde hij als derde in het AVRO-toernooi. In 1939 werd hij wederom kampioen van de Sovjet-Unie en in 1941 won hij het zogeheten Absolute Kampioenschap van de Sovjet-Unie. In 1944 en 1945 won hij nogmaals het gewone kampioenschap. In 1946 won Botvinnik het zwaar bezette Stauntontoernooi te Groningen voor Max Euwe, Vasili Smyslov, Miguel Najdorf en László Szabó.

een dacha

Een nog heel jonge Michail Botwinnik

Na de dood van Aljechin in 1946 stond de wereld zonder wereldkampioen. De FIDE organiseerde in 1948 het sterkste toernooi ooit met als deelnemers Smyslov, Keres, Reshevsky, Euwe en Botwinnik. Dit won Botwinnik met liefst 3 punten voorsprong en werd wereldkampioen. In 1957 verloor hij zijn titel aan Smyslov, alleen om hem een jaar later weer terug te winnen. In 1960 verloor hij zijn titel aan Tal, maar een jaar later veroverde hij de kroon alweer. In 1963 verloor hij zijn titel aan Petrosian en ditmaal was het definitief. Tussen 1963 en 1970 speelde hij nog een aantal schitterende toernooien.

Hij had als beroep elektrisch ingenieur en in 1951 kreeg hij zijn doctoraat. Hij heeft veel tijd in het computerschaak gestoken. Een legendarische schaakschool werd ook door hem opgericht, met als leerlingen onder andere Karpov en Kasparov.
Volgens Euwe werd hij niet alleen gekenmerkt door een fantastische eindspeltechniek, maar wist hij ook altijd de juiste weg te vinden in zeer ingewikkelde middenspelen. Onderstaande partij uit het 'USSR Absolute Championship 1941' is daarvan een mooi voorbeeld. Commentaar is van Botwinnik zelf.

Wit: Vasily Smyslov 
Zwart: Michail Botwinnik 
USSR Absolute Championshiop, Leningrad/Moskou, 1941

Tim Krabbé over Botwinnik: op de vraag of de Sovjet-schakers wel eens combines hadden gevormd zei Botwinnik: 'Ik heb zelf wel eens meegemaakt dat er opdrachten werden verstrekt. In 1948 speelde ik met Keres, Smyslov, Reshevsky en Euwe om de wereldtitel. Na de eerste helft van het toernooi, dat in Nederland werd gespeeld, werd het duidelijk dat ik de nieuwe wereldkampioen zou worden. Tijdens de tweede helft in Moskou gebeurde er iets onaangenaams. Op heel hoog niveau werd voorgesteld dat de andere Russische spelers expres tegen mij zouden verliezen, om er zeker van te zijn dat er een Sovjet-wereldkampioen zou komen. Stalin heeft dat persoonlijk voorgesteld. Maar ik heb dat natuurlijk geweigerd! Het was een intrige tegenover mij om mij te kleineren. In sommige kringen wilde men liever dat Keres wereldkampioen zou worden. Het was oneerbaar, want ik had al lang bewezen dat ik op dat moment sterker was dan Keres en Smyslov.

een dacha

Schrijver, schaker en wielrenner Tim Krabbé

Een ietwat vreemd verhaal. Rond dat kampioenstoernooi van 1948 zijn er altijd duistere geruchten geweest, maar die willen nu juist dat Keres daar partijen heeft weggegeven. Zijn eerste vier partijen tegen Botwinnik verloor hij na zwak spel en de laatste, toen Botwinnik al wereldkampioen was, won hij. Keres (die algemeen geldt als 'een van de vriendelijkste gentlemen die ooit een pion verschoof') was in die tijd in een ongemakkelijke positie. Hij was een Est, daarmee pas in 1940 Sovjet-burger geworden, maar in 1941 onder Duits regime gekomen. Tot 1943 speelde hij toernooien in Duitsland, waarna hij via Spanje, Finland en Zweden aan het eind van de oorlog weer naar Estland, en dus naar de Sovjet-Unie terugkeerde. Dat deed hij pas nadat hem was beloofd dat zijn spelen in Nazi-Duitsland hem zou worden vergeven, maar hij had moeten beloven dat hij zijn rechten op een match tegen Aljechin, die hij voor de oorlog had verworven, aan Botwinnik zou laten. Hij werd ook een paar jaar van grote toernooien uitgesloten.
Toen Aljechin in 1946 overleed en er een titeltoernooi zou komen kon men niet om Keres heen - maar Keres als eerste Sovjet-wereldkampioen schaken? Dat wist Botwinnik wel beter. Die heldenrol was al minstens tien jaar voor hem bestemd.

schaakcartoon

Wit: Michail Botwinnik 
Zwart: Paul Keres 
WK-Toernooi, Den Haag/Moskou, 1948

schaakcartoon

Michail Botwinnik (Amsterdam 1966).

Ter Apel 1997.

Het Kloostertoernooi.

Al voor de 10e keer tovert het kleine clubje aldaar - met slechts drie handjes vol leden - een grootmeestertoenooi uit de hoge hoed. Om zo'n toernooi te bekostigen gaat men collecteren bij de bakker en de slager om de hoek. Gelooft u dat? Volgens mij hadden ze een schaakminnende rijkaard in hun midden die het tekort aanvulde. Tot misschien wel 90% van het budget?! We komen het wellicht nooit te weten, en wat maakt het uit?! Het is elke keer weer genieten geblazen van de mooie partijen die er gespeeld worden. Deze jubileumeditie was heel sterk bezet. De eindstand, van onderen naar boven laat dat zien: Robert Hübner ½ punt, Loek van Wely 1½ pnt, Arthur Yusupov 2½ pnt, Ulf Anderson 3 pnt, Alexander Khalifman 3½ pnt en winnaar Alexei Shirov 4 punten.
Toen ik op het internet aan het struinen was, kwam ik het hiernavolgend interview van Eric Hornstra (dagblad Trouw) tegen; het past wel bij mijn intro, wat ik overigens een paar maanden eerder schreef.

Teletekstpagina's in 1997 belangrijkste communicatiemiddel vanuit het hoge noorden...
Schakers hebben in de bossen van Ter Apel geen boodschap aan geld?!

TER APEL - De teletekstpagina's 830 en 831 vertellen het: Loek van Wely bindt in Ter Apel de strijd aan tegen vijf collega's. Sjirov, Joesoepov, Andersson, Khalifman en Hübner, het zijn niet de minsten. Waarom niet gewoon in Amsterdam, Rotterdam of Tilburg. Wat heeft het afgelegen Ter Apel op die steden voor? Een zoektocht.

De laatste huizen van Ter Apel zijn al gepasseerd als een minuscuul geel kartonnetje op een paal terzijde van de weg de aandacht trekt. 'Kloostertoernooi' staat er, met een pijl naar links. De smalle laan voert de Groningse bossen in. Het monument - een laatgotische kerk met daarachter het oudere kloostergebouw (1464) - en een witgepleisterd hotel vormen tussen het ontluikende groen de spaarzame sporen van menselijke beschaving.

hotel boschhuis

Het in bosrijke omgeving gelegen 'Hotel Boschhuis', waar het aparte toernooi in de jaren '80 en '90 steeds plaatsvond.

Is het de oase van rust die talloze schakers jaarlijks naar hotel Boschhuis en het klooster lokt? Of zijn het de sentimenten die vrijkomen bij het spelen op gewijde grond en in een sfeer die je ook proeft bij het zien van oude schaakgravures? Het moeten wel argumenten in die trant zijn, want het grote geld ligt in Ter Apel niet voor het oprapen. Niemand spreekt over startgelden. Alleen voor de zes deelnemers aan de hoofdgroep is (voor de eerste keer) een vergoedingssom van duizend gulden voorzien. De vijf grootmeesters en vijftien meesters in de groep eronder nemen genoegen met een gratis onderkomen.

De activiteiten (het programma voorziet in een open toernooi, een grootmeester-, meester-, snelschaak- en invitatietoernooi) vallen onder de auspiciën van de stichting Klooster Schaaktoernooien, maar in werkelijkheid vormen leden van de kleine schaakclub Ter Apel de drijvende kracht achter het succes.

In 1996 werd de organiserende vereniging onaangenaam verrast. Vrij plotseling kwam er een ledenaanwas naar zeventien. Over zoiets hoor je sportclubs nooit klagen, maar voor SC Ter Apel was het schrikken; de club hanteert als stelregel dat de sterkte van het toernooi parallel moet lopen aan het ledental. Bij zeventien leden betekende dat een evenement van categorie zeventien. "We hebben eerst om die onmogelijke opdracht gelachen", vertelt toernooi-directeur Heribert Hake. "Wat wil je met een begroting van 85 000 gulden beginnen? Het bedrag staat in geen verhouding tot dat bij de grote Nederlandse toernooien."

De missie slaagde echter. Vijf spelers uit de mondiale top-25 meldden zich in Ter Apel. Met een gemiddelde rating in de grootmeestergroep van 2651 werd de gewenste sterkte - zelfs een categorie hoger dan Groningen en Wijk aan Zee - precies bereikt. "Ik vermoed dat ze het geld bij elkaar stelen of jaarlijks een bank overvallen", suggereert Berry Withuis - beheerder van de portefeuille perszaken - plagerig. Organisator Hake zelf is echter helemaal niet zo verbaasd dat het lukte. "We krijgen", zegt hij, "altijd reacties in de trant van 'oh, Ter Apel is dat gezellige toernooi in de bossen'. We hebben over animo nooit te klagen. Joesoepov en Khalifman zeiden binnen vijf minuten 'ja'. Een paar dagen voor de opening kregen we zelfs nog een telefoontje van de manager van Zoltan Almasi. Hij vertelde dat Almasi, in geval van een ziekmelding, graag de open plek wilde innemen."

"Het begon in 1966 heel klein. Aan het eerste toernooi deden Larsen, Pfleger en Lehmann mee. Het budget was 6000 gulden. Het geld brachten we bijeen door de verkoop van ballpoints en bierglazen, het houden van een bazar en toen er alsnog een tekort dreigde, zegde de plaatselijke levensmiddelenhandel ons één procent van zijn zaterdagomzet toe." Dat bijeensprokkelen van de guldens is tekenend gebleven voor het Kloostertoernooi. "Je vindt hier geen grote industrieën. Buiten de gemeentelijke subsidies gaat het meestal om bedragen van honderd of duizend gulden."

Bij het Kloostertoernooi telt de traditie nog. De schakers hebben er het recht behouden hun partijen af te breken. Hake is trots op de specifieke karaktertrekken van de schaakweek, maar ziet ook gevaren: "We hebben het evenement vooraf aangekondigd in het schaakblad Die Schachwoche, dat was eigenlijk alles. We doen niet aan e-mails, we bemoeien ons niet met het internet. Toch schrijven grootmeesters zich in voor de B-groep, in ruil voor bed en boterham en met uitzicht op een hoofdprijs van slechts 1500 gulden. Soms denk ik wel eens 'verdorie, de gezelligheid en kleinschaligheid glipt me door de vingers, dit is een hobby die uit de hand loopt'. Per slot van rekening zijn we een heel klein clubje, waarvan maar zeven leden in het organisatiecomité zitten."

De beste herinneringen bewaart Heribert Hake aan de derde editie van het toernooi, in 1990. "Het absolute hoogtepunt. In het najaar daarvoor was de Berlijnse muur gevallen. Daar wilden we op inhaken met een 'toernooi zonder grenzen'. We hebben toen 160 schakers uitgenodigd: Nederlanders, Oost-Duitsers, schakers uit Boedapest en uit de toenmalige Bundesrepublik. Wat mij verraste, waren de emoties die bij de opening loskwamen. We hadden een aantal toneelscenes op touw gezet, waarin de val van de muur centraal stond. Die lui van de DDR die op de eerste rij stonden, begonnen allemaal hartstochtelijk te janken en ook de Oostduitse ambassadeur die de officiële opening zou doen, slikte enkele keren en zei toen 'Ich habe keine Worte'."

"In 1990 kregen we ook internationaal bekendheid. Nadat Uhlmann en Bagirov in hun partij een snelle remise overeenkwamen, kon ik die twee meelokken naar de grens, waar ze bij windkracht negen en geflankeerd door douaniers een snelschaakpotje speelden. De foto's van dat tafereel zijn echt all over the world gegaan."

"Het is gek", zegt Hake, "het Kloostertoernooi is enorm populair, maar het vertaalt zich niet in nieuwe leden. Wij hebben één jeugdlid, voor de rest zijn het grijsaards. En denk niet dat wij er alleen last van hebben. Uit Groningen komen alarmerende berichten over de dalende ledenaantallen." Het is voor Hake een extra drijfveer om zijn promotie-activiteiten voort te zetten. De slotdag, morgen, wordt bijvoorbeeld de grote uitdeeldag. "De deelnemers aan het snelschaken betalen 25 gulden inschrijfgeld, iedereen krijgt een schaakklok mee. Ik heb er een paar jaar terug in Sint Petersburg 2000 gekocht. Prachtig toch, als kinderen straks zo'n ding onder hun arm steken?"

schaakcartoon

Alexei Shirov

De volgende partij van de winnaar, de Letse Spanjaard Alexei Shirov, is er één waarover hij zeer tevreden was. Een typische Shirov pot, een kunstwerk, zó gepointeerd, zó heerlijk om na te spelen, en zo scherp als een pas geslepen koksmes!

Wit: Alexei Shirov 
Zwart: Arthur Yusupov 
Kloostertoernooi, Ter Apel, 1997

Plein in Iran

Naqsh-e Jahan Square in Isfahan city, Iran

Shahin Mohandesi, Belgisch schaakkampioen 2006

door Benjamin Roeges

Shahin Mohandesi is een Iraanse Belg, en werd in 2006 enigszins verrassend Belgisch schaakkampioen. Het schaakbord is zowat het enige constante in zijn bewogen leven in Brussel. "Ik herinner me niet zo veel van de laatste twintig jaar."

Shahin Mohandesi kwam op zijn 22ste naar Brussel, om te schaken. In het door oorlogen en opstanden geteisterde Iran was de schaakfederatie buiten de wet gesteld. In België wilde hij een rustig leven, en een ideale biotoop om het maximum uit zijn schaakcarrière te halen.
"Het eerste wat ik deed toen ik hier aankwam, was naar de toeristische dienst gaan om te vragen waar ik kon gaan schaken. De schaakcafés had ik al gevonden nog voor ik een appartement had. Het maakte me dan ook niets uit waar ik sliep. Ik was alleen en ik hoefde naar niemand om te kijken. Als ik maar kon schaken."
"De eerste jaren hier in Brussel waren zeer turbulent. Ik vond geen baan en kon de huur van mijn nochtans kleine appartement nauwelijks betalen. Maar ik beloofde mezelf altijd om tijdens het schaken aan niets anders te denken dan aan schaken. Zo zorgde ik ervoor dat mijn problemen geen negatieve invloed hadden op mijn spel. En tegelijk was de sport een manier om even te ontsnappen aan de realiteit van elke dag."

Taxichauffeur
Op dit moment is Mohandesi 'internationaal meester' in het schaken. Die titels worden toegekend door de FIDE, de internationale schaakfederatie, op basis van een puntenklassement. Hoewel hij er dicht bij is, wil Mohandesi zich niet blindstaren op de allerhoogste onderscheiding, die van grootmeester. "Schaken is een heel onvoorspelbare sport," vertelt hij. "Je mag zo hard trainen als je wilt, zeker van resultaat ben je nooit. Het beste voorbeeld daarvan is mijn Belgische titel. In de finale ben ik door het oog van de naald gekropen. Maar ik had het geluk aan mijn kant."

Mohandesi is taxichauffeur van beroep, al twintig jaar lang. Maar mooie of spannende verhalen uit zijn beroepsleven hoef je van hem niet te verwachten. "Ik moest wel een baan zoeken," vertelt hij. "Met schaken alleen kun je in België je brood niet verdienen. Van de keuzes die ik toen had, was dit de beste. Een bureaubaantje wilde ik al helemaal niet, en als taxichauffeur had ik toch nog enige vrijheid. Tijdens het wachten kon ik me concentreren op wat mij echt interesseerde: schaken. Ik las veel artikels over schaakpartijen. Ik heb ook een tijdje een zakschaakbord meegenomen om te trainen, maar op de duur speelde ik gewoon partijen in mijn hoofd."

Ontslag
Stabiel is het beroepsleven van Mohandesi nooit geweest. Hoe vaak hij precies ontslagen is, weet hij niet meer. Misschien wel twintig keer. En telkens ging hij ergens anders aan de slag als taxichauffeur. "In het schaken als sport moet je toernooien spelen om je niveau te verhogen. Die toernooien zijn vaak in het buitenland. Natuurlijk ziet geen enkele werkgever graag iemand voor twee weken vertrekken, en dat vier keer per jaar. Voor elk toernooi waaraan ik wilde deelnemen, mocht ik dus ook meteen ander werk zoeken. Gelukkig heb ik nu een bedrijf gevonden waar ik meer vrijheid krijg. Ik heb geen vast contract, ik spring bij waar dat nodig is, bijvoorbeeld als één van de vaste chauffeurs ziek is." "Het is al even geleden dat ik nog gereden heb. Sinds ik Belgisch kampioen ben geworden, ben ik professioneler met schaken bezig, en dat neemt meer tijd in beslag. Maar als het schaken opnieuw wat minder gaat, dan zal ik zeker herbeginnen."

Plein in Iran

Shahin Mohandesi

Intussen is Shahin Mohandesi getrouwd en heeft hij een dochter. Zijn vrouw is ook Iraanse en werkt in Brussel als verpleegster. "Ik wilde per se trouwen met een Iraanse. Ik denk dat Belgische vrouwen meer moeite zouden hebben om een schaakspeler te steunen. Zij zien hun man eerder als iemand die bepaalde verwachtingen moet inlossen. En als schaakspeler moet je enorme opofferingen maken terwijl je er maar weinig voor terugkrijgt. Mijn vrouw heeft aanvaard dat het schaken een belangrijke rol in mijn leven speelt. Maar zij komt natuurlijk op de eerste plaats."

Trouwen en Belgisch kampioen
"Toen ik ging trouwen, zeiden mijn vrienden dat dit het einde van mijn schaakcarrière zou betekenen. En kijk, nu ben ik Belgisch kampioen. Mijn vrienden zeggen nu dat ik de uitzondering ben die de regel bevestigt. En dat klopt ook wel. Heel veel getrouwde topschakers scheiden of stoppen met schaken. Dat is de aard van het beestje. Er zijn veel schakers die zichzelf zo verliezen in het spel dat ze het contact met de wereld om zich heen verliezen. Andere behoeften worden verwaarloosd. In dat opzicht was mijn werk als taxichauffeur toch een steun. Als chauffeur kom je op verschillende plaatsen, en je praat met je passagiers over de meest uiteenlopende onderwerpen. In de schaakwereld daarentegen praten ze alleen over schaken. Hoewel het niet het liefste is wat ik doe, is mijn werk dus toch goed geweest voor mijn mentale evenwicht."
Mohandesi voelt zich op en top Brusselaar. Maar zijn schaakspel typeert hij eerder als Iraans. "De laatste tijd denk ik er steeds vaker aan om terug te keren naar Iran. Het schaken heeft daar de laatste jaren een enorme opmars gemaakt. De topschakers krijgen daar zelfs een maandloon. Ik zou me daar rustig kunnen voorbereiden op toernooien. En, wie weet, ooit de titel van grootmeester binnenhalen. Maar dat is geen must. Mijn verwachtingen heb ik al lang achter mij gelaten."

Een partij uit het Belgisch kampioenschap van 1996. De Bosnier Ekrem Cekro - er wonen opvallend veel buitenlandse schakers bij onze zuiderburen - vond het vreselijk om van zo'n hopeloze knoeier (..) als Mohandesi te verliezen. Maar die 'knoeier' werd 11 jaar later wèl kampioen van België.

Wit: Shahin Mohandesi 
Zwart: Ekrem Cekro 
Belgisch Kampioenschap, Geel, 1996

Vladimir Chuchelov

Vladimir Chuchelov, Grootmeester, vooral ook trainer

Wit: Vladimir Chuchelov 
Zwart: Gary Lane 
MBS weekendtoernooi, Leuven, 1996

1996. De vorige partij tussen de import Belg Vladimir Chuchelov en de Brit Gary Lane, alsook de 2 volgende partijen komen uit het MBS-weekendtoernooi te Leuven. Het was een groot talent, Pieter Claesen, zo'n twintig jaar geleden. Maar verder dan IM kwam hij toch niet. In de volgende potjes laat hij toch zien dat hij er wel wat van kan. Hiermee besluiten een stukje schaakleven bij onze zuiderburen in de '90er jaren. Echter we gaan, zeker en vast, nog wel eens een keer op bezoek in België.

Wit: Wim Versporten 
Zwart: Pieter Claesen 
MBS weekendtoernooi, Leuven, 1996
Wit: Gaston Heynen 
Zwart: Pieter Claesen 
MBS weekendtoernooi, Leuven, 1996

Gausdal

Het beroemde Gausdal Open schaaktoernooi. Iedere beetje schaker heeft daar wel eens van gehoord. Maar Gausdal zult u zich afvragen, waar ligt dat eigenlijk? Gausdal is een gemeente in het Gudbransdal in de provincie Oppland in Noorwegen.
Gausdal, met iets meer dan 6000 inwoners, grenst in het noordwesten aan Sor-Fron, in het noordoosten aan Ringebu en Oyer, in het zuidoosten aan Lillehammer, in het zuiden aan Nordre Land en in het zuidwesten aan Nord-Aurdal en Oystre Slidre. Kijk, nu bent u weer helemaal op de hoogte... nee, grapje. Het ligt een flink stuk boven Oslo in het zuiden van Noorwegen. Wil je de exacte locatie: raadpleeg Google, die vertellen je precies waar het ligt.

Vladimir Chuchelov

Gausdal in Noorwegen. In de winter is dit plaatje een stuk witter en kan je er skiën.

Sergei Tiviakov wordt glansrijk winnaar van de editie 2000 (Gausdal Open) met 7½ punt uit 9. Er doen nog een paar Nederlanders mee, waaronder Bart Stam van HWP Haarlem. Onverschrokken en zonder enige vrees bekampt hij zijn Finse opponent die met de zwarte stukken speelt. Ik geef mijn eigen aantekeningen, maar wel met een glaasje heerlijke rode wijn in de hand.

Wit: Bart Stam 
Zwart: Heikki Lomo 
Gausdal Open, Gausdal, 2000

Een klassiek voorbeeld hoe het er meestal aan toe gaat in een Siciliaanse partij. Beiden stormen op de koning af. Wit rechts van het bord, zwart - gezien vanaf de kant van de witspeler - links. Wie komt eerst? Close to the edge, meestal evoluerend in een spannend avontuur! Ook in het volgende potje.

Wit: Sergei Tiviakov 
Zwart: Simon Bekker-Jensen 
Gausdal Open, Gausdal, 2000

Wijk aan Zee, Hoogovertoernooi 1996. Dameoffers spreken altijd tot de verbeelding. Hier 2 partijen uit de derde en zesde ronde van het toernooi. Bij beide potjes is de grillige maar vooral briljante Oekraïner Vassily Ivanchuk betrokken.

Wit: Vassily Ivanchuk 
Zwart: Alexei Shirov 
Hoogovenstoernooi, Wijk aan Zee, 1996

Ivanchuk

Vassily Ivanchuk: 21.Dg7!? met dameoffer!

Wit: Ivan Sokolov 
Zwart: Vassily Ivanchuk 
Hoogovenstoernooi, Wijk aan Zee, 1996
Wit: Loek van Wely 
Zwart: Robert Hübner 
Hoogovenstoernooi, Wijk aan Zee, 1997

Robert Hubner

De Duitse grootmeester Robert Hübner

Wit: Robert Hübner 
Zwart: Alexei Shirov 
Kloostertoernooi, Ter Apel, 1997

André Muffang

Een fraaie partij van hier van een nog heel jonge Max Euwe. Zijn tegenstander is de, in die tijd, zeer talentvolle Fransman André Muffang. "A French prodigy" werd deze jonge schaker in Frankrijk genoemd.

Andre Muffang

André Muffang (25 July 1897, St. Brieuc - March 1, 1989, Paris)

Note to readers: The schedule of the Austro-Hungarian Championship tournament in Budapest is proving a bit irregular. Yesterday, the 14th, was again a day free of play. The eighth round is set for today. Then tomorrow the players are due for yet another day of rest. Full particulars are lacking, but we understand that certain difficulties have arisen owing to card games taking place at the playing venue, the Hungarian Chess House, in contravention of local ordinances, and that as a result the premises were at one point closed by the police, forcing the re-location of at least one round of play. In the absence of games from Budapest, we present another recent item for which we had not yet found space.

André Muffang, born at Saint-Brieuc in Brittany in 1887, has demonstrated a most precocious talent for our royal game, and may well take his place on the world stage when his skills develop to their full. We present below a recent victory by the young Frenchman over the Polish Master Poplawski. Black wins the exchange in a skirmish beginning shortly after the exchange of Queens, and subsequently conducts the endgame to a successful conclusion with a sure hand.

Wit: Max Euwe 
Zwart: André Muffang 
Parijs, 1924
Wit: Arthur Paplawski 
Zwart: André Muffang 
Parijs, 1913

Het Open Nederlands kampioenschap in 2000 in het Gelderse Dieren was een bijzondere editie. Het NK werd voor de 127e keer gespeeld en werd het toneel van een strijd op leven en dood. Het hoogtepunt was zonder meer de laatste ronde met de partij tussen de koploper na 8 ronden - Jacob Murey en Semen Dvoirys (gedeeld tweede met 6 punten). Echter voor dat die pot aan bod komt eerst een partij van de beste landgenoot, Karel van der Weide. Zijn tegenstander is de toen nog jonge Georgier Tamaz Galashvili.

karel van der weide

Karel van der Weide: beste Nederlander

Wit: Karel van der Weide 
Zwart: Tamaz Gelashvili 
Open NK, Dieren, 2000

In de wetenschap dat je met nog een half punt winnaar wordt van het toernooi, en dat ook aangeboden krijgt aan het begin van de partij... dan denk je daar toch geen seconde over na?! Jacob Murey wel. Sterker, hij is kwaad vanwege het aanbod omdat hij vind dat hij beter staat en dan zou de opponent zich moeten schamen met zo'n aanbod?! U begrijpt wat er vervolgens gebeurd: de in Parijs wonende Israelische Rus verliest de pot en dat scheelt hem bij de prijsuitreiking ruim 3000 gulden. Zijn tegenstander, de in Tsjeljabinsk woonachtige Rus Semen Dvoirys, bleef rustig - het tegenovergestelde van het gedrag van Murey - en zal in zijn vuistje gelachen hebben op de terugreis richting het vliegveld.

Wit: Semen Dvoirys 
Zwart: Jacob Murey 
Open NK, Dieren, 2000

Dieren

Dieren, al vanaf 1969 gastheer van het Open NK

Dat Murey gewoon goed kan schaken staat natuurlijk buiten kijf. Zie hier zijn zwaarbevochten overwinning op de Let Viesturs Meijers uit het hetzelfde Open Nederlands kampioenschap in 2000.

Wit: Jacob Murey 
Zwart: Viesturs Meijers 
Open NK, Dieren, 2000

Tot slot van deze aflevering van Bordenmeisje international nr. 6 een partij tussen 'levende legende Viktor (de verschrikkelijke) Korchnoi en de pas - 2015 - met wedstrijdschaak gestopte, en wellicht wel de sterkste vrouw ter wereld tot nu toe, Judith Polgar. Ze ontmoeten elkaar in de 2e ronde van het Essenttoernooi 2001 te Hoogeveen.

Polgar zusjes

V.l.n.r.: Zsuzsa, Zsófia en Judith Polgár.

Wit: Viktor Korchnoi 
Zwart: Judith Polgar 
Essent toernooi, Hoogeveen, 2001

Nou kom, als uitsmijter een curiosa-achtig potje. Opmerkelijk ook, gezien de slotstelling. Je zou niet zeggen dat er dan slechts 18 zetten zijn gedaan. Tim Harding met wit tegen Norbert Stull met zwart. En dan bedoel ik natuurlijk niet het muzikale fenomeen en de legendarische Tim Hardin - zonder g op het 't eind - (How Can We Hang On To A Dream / Reason to Believe / If I Were A Carpenter) die, it's a pity, in 1980 aan een overdosis heroïne/morfine is overleden.

Wit: Tim Harding 
Zwart: Norbert Stull 
Parijs, 1983